Home » Es ist das Heil uns kommen her

Es ist das Heil uns kommen her

Toelichting bij cantate BWV 9

Aan deze koraalcantate ligt een kerkliedtekst van Paul Speratus uit 1523 ten grondslag. Bach maakt in het openingskoor en het slotkoraal hiervan letterlijk gebruik. De oorspronkelijk uit 14 strofen bestaande liedtekst is door een ons onbekende tekstdichter omgevormd tot de 7 cantatedelen. In het openingskoor bevindt de koraalmelodie zich in lange notenwaarden in de sopraanpartij. De overige drie koorstemmen zetten na elkaar op imiterende wijze in. De koordelen worden afgewisseld met instrumentale tussenspelen, waarbij de dwarsfluit en de hobo d'amore een solorol vervullen. Het strijkorkest en de basso-continuogroep spelen  overwegend een begeleidende partij. De eerste vioolpartij soleert af en toe mee met de blazers. Opvallend in deze cantate is dat Bach de drie recitatieven laat zingen door de basstem. Dit vergroot de samenhang van deze recitatieven, en is er bijna sprake van een soort doorlopende preek, onderbroken door twee aria's. In de eerste aria, voor tenor, soloviool en basso continuo, horen we de tekst op plastische wijze door Bach weergegeven in de muziek. Golvende, dalende triolenfiguren trekken ons mee de afgrond in. De tweede aria daarentegen is rustig van aard. De fluit en hobo vormen een instrumentaal duo waarnaast de sopraan en alt het vocale duet zingen. In beide duo's volgen de stemmen elkaar als in een canon. In deze vorm bevestigt de tweede stem als het ware de eerste. Bach kan deze vorm gekozen hebben in relatie tot de tekst, waarin de bevestiging van het geloof centraal staat. De laatste strofe van de liedtekst vormt het uitgangspunt voor het slotkoraal. De koraalmelodie klinkt in de sopraanpartij. De overige stemmen completeren met een meer beweeglijke lijn dit slotdeel.