Home » Du sollst Gott, deinen Herren, lieben

Du sollst Gott, deinen Herren, lieben

Toelichting bij cantate BWV 77

Deze cantate voor de 13e zondag na Trinitatis beleefde haar eerste uitvoering op 22 augustus 1723 te Leipzig. De basis voor de tekst vond Bach in het evangelie voor die zondag, namelijk Lukas 10: 23-27 met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. De tekst van het openingskoor is het antwoord van Jezus op de vraag hoe wij het eeuwige leven kunnen bereiken: "Du sollt Gott, deinen Herren, lieben, .... und deinen Nächsten wie dich selbst". Treffend voor dit allesomvattende gebod van de liefde, komt deze melodie voor in de hoogste en het laagste instrument (trompet en basso continuo). Bach laat de melodie door deze twee partijen ook nog in canon uitvoeren, waarbij de basgroep de melodie in dubbel zo lange notenwaarden speelt. Hiermee wordt benadrukt dat het gebod van de liefde het voornaamste gebod is. De trompet heeft tien inzetten (de 10 geboden), waarvan de laatste de gehele koraalmelodie laat horen. Hiertussen spelen de violen en zingen de elkaar imiterende koorstemmen afgeleide koraalpartijen.

Hierna volgen twee recitatief- en ariaparen. Na het basrecitatief klinkt de aria voor 2 hobo's, basso continuo en sopraan. De intieme tekst van deze aria wordt fraai begeleid door het hoboduo, dat in parallelle beweging het innige karakter versterkt.

In het volgende recitatief horen we het verzoek om een hart van een Samaritaan. De tenor wordt begeleid door het strijkorkest met aangehouden akkoorden (recitativo accompagnato). De klagende tekst in de altaria instrumenteert Bach met voor ons onduidelijke reden met een trompet. Er kan een heel pragmatische reden voor Bach aan ten grondslag hebben gelegen, wij weten het niet.

Het slotkoraal is, zoals wel vaker, zonder tekst bewaard gebleven.

Bestel uw kaarten

Toegangskaarten voor het lopende seizoen kunt u hier bestellen.