Home » Darzu ist erschienen der Sohn Gottes

Darzu ist erschienen der Sohn Gottes

Toelichting bij cantate BWV 40

Deze cantate componeerde Bach voor de tweede kerstdag in 1723 te Leipzig. In de tekst is Jezus degene die de zonde vernietigt die door Adam in de wereld is gebracht. Opvallend is dat Bach in deze cantate drie koraalstrofen verwerkt. De koraalteksten uit de delen 3 en 8 komen uit kerstliederen (‘Wir Christenleut' en ‘Freuet euch, ihr Christen alle').
Het feestelijke openingskoor is, zoals vaak bij Bach, het meest indrukwekkende deel van de cantate. De twee hoorns dragen hier zeker aan bij. Naast het strijkorkest en de hoorns, spelen de hobo's de derde belangrijke orkestpartij. De koorpartij begint homofoon, dat wil zeggen dat de vier koorgroepen tegelijkertijd dezelfde tekst zingen (zoals in een koraal). Hierna begint een fuga, een polyfone vorm waarin iedere stem met hetzelfde thema na elkaar inzet. Eerst het koor alleen met basso continuo, later worden de stemmen gedubbeld met hobo's en strijkers. De hoorns spelen zelfstandige partijen. Bij het woord ‘zerstören' gebruikt Bach ingewikkelde coloraturen om dit woord muzikaal uit te beelden. Dit deel eindigt dan weer met de homofone koorzetting uit het begin, en begeleid met de drie orkestgroepen uit de inleiding. Hierna volgt een recitatief voor tenor en continuo. Ook hierin vallen weer de nodige toonschilderingen te beluisteren: ‘bestrahlt' krijgt een stijgende toonladdermelodie, en ‘der grosse Gottessohn' heeft de hoogste noot. Koor en orkest spelen en zingen een koraal, waarin veel halve toonafstanden (chromatiek) voorkomen. Bach gebruikt dit hier om de zonde en het leiden uit te drukken.
De strijdvolle toon uit het openingskoor klinkt ook weer in de aria voor bas en orkest. De duidelijke zinsbouw in de muziek en het kenmerkende ritme doen enigszins denken aan een dansritme. Het altrecitatief wordt begeleid door snelle noten door het strijkorkest. Het lijkt hier alsof we de slang uit het paradijs voort zien glijden. Hierna volgt het tweede koraal voor koor en orkest. De angst en de zonde zijn geweken in de volgende tenoraria. Prachtig begeleid door hoorns en hobo's en continuo zingt de tenor ‘freuet euch' met talloze coloraturen. In het contrasterende middendeel verandert de toon: ‘will euch Satans Grimm erschrekken' met grillige ritmen. De cantate sluit af met een koraal voor koor en orkest.