Home » Brich dem Hungrigen Brot

Brich dem Hungrigen Brot

Toelichting bij cantate BWV 39

De cantatetekst sluit aan bij het evangelie voor de eerste zondag na Trinitatis, namelijk de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Lucas 16,19-31). De cantate is opgedeeld in een deel vóór de preek, een 'seconda parte' erna.
In het groots opgezette openingskoor gebruikte Bach verschillende compositietechnieken, hetgeen resulteert in één van Bach's fraaiste werken. De afzonderlijke tekstfrasen krijgen ieder een eigen muzikale behandeling: na een inleidingssinfonia door het uit blokfluiten, hobo's en strijkers bestaande orkest komt het eerste gedeelte A: 'Brich dem Hungrigen dein Brot'. Door het woord 'Brich' door twee koorgroepen na elkaar te laten zingen, hoor je bijna letterlijk het breken van het brood. Het woord 'Elend' wordt door dissonanten en chromatiek (halve toonafstanden) uitgebeeld. Bij de tweede zin 'so du einen nakket sehest' (B) verandert de maatsoort van driekwart naar vierkwartsmaat, er ontstaat hierdoor een meer doorlopende beweging, duidelijk waarneembaar in de instrumentale baslijn (de 'basso continuo').
Tot slot verandert Bach voor de derde zin (C), 'Alsdann wird dein Licht herfürbrechen' een dansante drieachtste maatsoort, en laat hij de stemmen na elkaar inzetten (fugatisch). Het resultaat is een prachtige opbouw, die we in de tekst herkennen als het aan breken van de dag ('Morgenröte'). Helemaal feestelijk wordt het bij 'und die Herrlichkeit des Herrn..' waarbij wederom fugatisch (in de volgorde bas, tenor, alt en sopraan) met uitgebreide coloraturen de tekst wordt uitgebeeld. De orkeststemmen doen hieraan uitbundig mee. Na een laatste hoge inzet van de sopranen sluiten alle stemmen en instrumenten dit indrukwekkende deel af.
Hierna volgt een recitatief voor basstem en continuo. Ook de volgende altaria is sober geïnstrumenteerd: solohobo, soloviool en continuo, en het lijkt wel of hierdoor het openingskoor met terugwerkende kracht nog meer aan grootsheid wint.
Het 'seconda parte' begint met een bas-aria, alleen begeleid door het continuo (cello en orgel). De vocale lijn krijgt hierdoor alle aandacht, en het zal niet verbazen dat Bach een basstem kiest om de woorden van Christus te verklanken.
De aria die hierna volgt is voor sopraan, 2 blokfluiten en continuo. Overeenkomsten met de aria uit het eerste deel zijn de beweeglijke maatsoort (zesachtste), de tweedelige structuur, en de sobere instrumentatie.
Het voorlaatste deel is een recitatief voor altstem en strijkorkest (gespiegeld op de juiste plaats vergeleken met het recitatief na het openingskoor in deel 1). Akkoorden en melodie zijn vanzelfsprekend nauw verweven met de tekst. Enkele voorbeelden zijn: 'der Armut' een groot dalend interval, 'den schwachen Leib der Erd' de laagste noten voor de alt, en als in de slotzin de 'Herr' wordt aangesproken gebeurt dat op een hoge toon, waardoor als het ware de ogen opgericht worden door de muziek.
De cantate sluit af met een koraal voor koor en orkest.

Bestel uw kaarten

Toegangskaarten voor het lopende seizoen kunt u hier bestellen.