Home » O ewiges Feuer, O Ursprung der Liebe

O ewiges Feuer, O Ursprung der Liebe

Toelichting bij cantate BWV 34

In 1726 componeert Bach een cantate voor een huwelijksdienst ‘O ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe' BWV 34a. Van deze cantate is alleen de tekst bewaard gebleven. De muziek is verloren gegaan.
In het begin van de 40-er jaren van de achttiende eeuw schrijft Bach op voorbeeld van de eerste cantate met deze titel de cantate voor eerste pinksterdag. De onbekende tekstdichter van deze cantate baseert zich sterk op de oorspronkelijke tekst uit 1726:

‘O ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe,
Entzünde der Herzen geweihten Altar,
Lass himmlische Flammen durchdringen und wallen,
Ach lass doch auf dieses vereinigte Paar
Die Funken der edelsten Regungen fallen.'

Bach schreef, zoals de meeste componisten, gewoonlijk nieuwe muziek bij een tekst. In deze cantate is de tekst van het openingskoor en slotkoor bij bestaande muziek geschreven.
In het feestelijk georkestreerde openingsdeel voor trompetten, pauken, hobo's, strijkorkest, basso continuo en koor, horen we snelle noten die de flakkerende vlammetjes uitbeelden en lang aangehouden tonen die het ‘eeuwige' verklanken. Na een kort tenorrecitatief volgt de aria voor alt en orkest. De orkestklank is mild: twee dwarsfluiten en de violen en altviolen spelen met gedempte snaren (con sordino), de baslijn heeft veel golvende, repeterende noten. Kijken we naar de tekst van de oorspronkelijke huwelijkscantate, dan ontdekken we de reden voor deze haast herderlijke muziek: ‘Wohl euch, ihr auserwählten Schafe' (uitverkoren schapen). Deze aria is één van de hoogtepunten in Bach's oeuvre. Het volgende basrecitatief is de opmaat naar het slotkoor. Ditmaal dus geen koraal, maar een uitgebreid, wederom feestelijk georkestreerd koordeel. Na twee langzame inleidingsmaten (adagio) volgt een snel en virtuoos gedeelte voor orkest en koor. Veel stijgende toonladderfiguren en een majeur toonsoort om de Allerhoogste te danken.