Home » Allein zu dir, Herr Jesu Christ

Allein zu dir, Herr Jesu Christ

Toelichting bij cantate BWV 33

Deze cantate heeft als uitgangspunt een lied van Konrad Hubert (omstreeks 1540). In het openingskoor en het slotkoraal is de tekst van dit lied letterlijk overgenomen. Bach maakte de cantate voor de 13e zondag na Trinitatis en voerde deze voor het eerst uit op 3 september 1724 te Leipzig.

 

Zoals in de meeste zgn. koraalcantates, hoort u in het openingskoor de koraalmelodie in de sopraanpartij. De vocale koraalzinnen worden afgewisseld door instrumentale tussenzinnen, door het strijkorkest en 2 hobo's.

Hierna volgt een recitatief voor basstem en basso-continuo (cello en orgel). Na het vertellende, op de tekst gerichte begin (iedere lettergreep op één noot), eindigt Bach met een arioso, d.w.z. op een doorgaande (=continu­o) begeleiding wordt het woord "erfreuen" uitgebeeld met een reeks van snelle nootjes.

In de altaria nr. 3 beeldt Bach op onnavolgbare wijze de tekst uit: de snaren van de eerste violen worden gedempt door een sourdine, de overige strijkers begeleiden door de snaren te tokkelen (pizzicato). In het B-gedeelte van deze A-B-A-vorm aria ligt de melodie bij "Sündenlasten" laag, en bij "Jesu Trostwort" wordt deze a.h.w. omhooggetrokken.

Deel 4 is een recitatief voor tenor en basso continuo. "Das kleinste ist mir schon zu halten viel zu schwer": Bach laat de melodie een poging ondernemen om bij "halten" de toon langer aan te houden, maar dan blijkt dit toch "zu schwer" te zijn.

Aria 5 is eigenlijk een soort dubbelduet. Twee hobo's openen dit in driekwartsmaat gecomponeerde deel. Hierna volgt het vocale duo tenor en bas, De melodieën van beide duo's zijn overeenkomstig, hetgeen de beide soepel in elkaar doet overlopen. De driedelige maatsoort (van oudsher een "perfecte" tijdsindeling, tegenover de "imperfecte" tweedeligheid) zal Bach gekozen hebben vanwege de liefdesthematiek in de tekst.

Koor en orkest besluiten de cantate met Bach's zetting van de vierde strofe van Hubert's lied.