Home » Freue dich, erlöste Schar

Freue dich, erlöste Schar

Toelichting bij cantate BWV 30

De tekst van de aan Johann Christian von Hennicke opgedragen wereldlijke cantate 'Angenehmes Wiederau' (BWV 30a) uit 1737 is door Bach vervangen door een geestelijke tekst, hierdoor werd de kans groter dat deze cantate niet aan de vergetelheid ten prooi zou vallen. Deze nieuwe versie is ontstaan op 24 juni 1738 (of in een van de daaropvolgende jaren) voor het feest van Johannes de Doper, en is gebaseerd op de evangelietekst Luc.1,57-80.
Het feestelijke openingsdeel voor fluiten, hobo's, strijkorkest, continuo en koor is met name door de syncopische ritmen (kort-lang-kort) een vreugdevolle start; ook de virtuoze loopjes in het orkest versterken dit nog eens. Bijzonder is tevens dat Bach de originele recitatiefteksten in deze nieuwe versie geparodieerd heeft. Meestal componeerde Bach bij hergebruikte cantates volledig nieuwe recitatieven, wellicht als gevolg van tijdsdruk maakte hij nu gebruik van de parodie. Opvallend is tevens de bezetting bij het openingsrecitatief van het tweede deel (secunda pars): twee hobo's verzorgen een fraaie omlijsting bij het toezingen van de trouwe God.
De opgewektheid van het openingskoor beluisteren we ook in de vier aria's van de cantate: mede door het gebruik van dansritmes. In aria nr.3, een stralend loflied, bepaalt het ritme van de passepied (een snelle 3/8) dit karakter.
In aria nr.5 voor altsolo, strijkorkest en dwarsfluit vormen de ritmes van fluit en eerste violen een fraai contrast tegenover de regelmatige puls voor de rest van het orkest (d.m.v. het pizzicato: het aantokkelen van de snaar). De fluit vindt in de eerste violen een gelijke als er ook een viool als solist optreedt.
Een vergelijkbare orkestbezetting zien we in basaria 8: een soloblazer, strijkorkest, soloviool en continuo. Ook hier is het ritme van groot belang voor het karakter.

Van uitzonderlijk schoonheid is de sopraanaria (10); de violen spelen eenstemmig, slechts begeleid door de continuogroep en het weefsel van de drie partijen levert een fraai geheel op. Was het in de vorige aria's vooral het ritme dat de overhand had, nu spelen de melodische lijnen een hoofdrol. Ook de toon-tekstrelatie is hierdoor duidelijker: bijvoorbeeld bij 'eilt' zingt de sopraan stijgende motieven, om de snelheid te onderstrepen.
Eindigt het eerste deel met een eenvoudige 4-stemmige zetting van de melodie 'Freu dich sehr, o meine Seele', zo eindigt het tweede deel zoals de wereldlijke versie dat doet, met een herhaling van het openingskoor, nu met een andere tekst.

Bestel uw kaarten

De concerten voor het seizoen 2018-2019 worden medio juni gepubliceerd. Toegangskaarten voor het lopende seizoen kunt u hier bestellen.