Home » Du wahrer Gott und Davids Sohn

Du wahrer Gott und Davids Sohn

Toelichting cantate BWV 23

"Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij" komt uit de mond van de blinde die Jezus aanspreekt als Hij op weg is naar Jericho (Lucas 18: 38). Het openingsdeel van de cantate is voor twee hobo's, continuo en sopraan- en altsolo. In een langzaam, gedragen tempo (Bach schrijft 'molto adagio') ontstaat een indrukwekkend muziekstuk, waarin de woorden 'Herzeleid', door stijgende halvetoons -afstanden (chromatiek) en 'erbarm dich mein' door dalende halvetoons-afstanden treffend verklankt worden. In het door het orkest begeleide tenorrecitatief, wordt door de orkestbovenstem (eerste violen en hobo) de eerste strofe van het koraal 'Christe, du Lamm Gottes' gespeeld. Deel 3 voor koor en orkest is een bijna wereldlijke dansmuziek in 3-kwartsmaat. De terugkerende koordelen worden afgewisseld met een duet van tenoren en bassen (coupletten). De stijgende melodie op de tekst 'aller Augen warten, Herr, du allemächtger Gott' laat de luisteraar bijna vanzelf de ogen opslaan naar de allerhoogste. In de instrumentale baslijn is het begin van het ook in deel twee aangehaalde koraal herkenbaar. Een uitgebreid koraal sluit de cantate af: de koorblokken worden afgewisseld met zelfstandige instrumentale tussenspelen. De sfeer die dit koraal uitstraalt geeft al een aankondiging weer van de komende lijdenstijd, zoals ook in het Lucas verhaal het lijden van Jezus voorspeld wordt. In de uitvoering van de Johannes Passion die Bach gaf op goede vrijdag in 1725, klonk dit koraal als slotkoraal. Later heeft hij dit koraal vervangen. In de cantate van vandaag heeft het echter zijn plek behouden.