Home » Nun danket alle Gott

Nun danket alle Gott

Toelichting bij cantate BWV 192

Bach componeerde deze cantate hoogstwaarschijnlijk in 1730. We nemen dit aan omdat het handschrift van de orkest- en koorstemmen overeenkomt met de wel dateerbare cantate Jauchzet Gott in allen Landen (BWV 51). De originele partituur en de tenorpartij zijn helaas verloren gegaan. Deze laatste is aan de hand van de overige koorstemmen en orkestpartijen gereconstrueerd. De cantate is gebaseerd op de drie strofen van een lied van Martin Rinckart uit 1636. Omdat Bach geen overige teksten toevoegde is dit een van zijn kortste cantates. De drie delen zijn groots opgezet, dus ditmaal geen eenvoudig en kort slotkoraal.
De koraalmelodie wordt in het openingsdeel gezongen door de sopranen, versterkt door de hobo's. De koraalfrasen worden afgewisseld met instrumentale tussenspelen, die muzikaal onafhankelijk zijn van de koorpartijen. Hierbij treden de blazers en strijkers afwisselend op de voorgrond. Naast de koraalmelodie die in lange notenwaarden gezongen wordt door de sopranen, zijn de overige drie koorpartijen imitatorisch gecomponeerd. In het naspel van het orkest heeft Bach nog het koor toegevoegd met de uitroep : nun danket alle Gott!
In deel twee heeft het orkest weer een zelfstandige rol, los van de beide zangstemmen. De melodie is steeds geperiodiseerd in groepen van vier maten, waardoor de relatie met regelmatig gestructureerde dansmuziek zich opdringt. De vocale solopartijen zijn afgeleid van de koraalmelodie, maar nauwelijks herkenbaar door de uitgebreide figuraties.
Deel drie tenslotte heeft weer een danskarakter. De gigue is een snelle barokdans met trioolfiguren. Ook hierin zit de koraalmelodie weer verstopt. De koraalmelodie hoort u weer door de sopranen gezongen, ondersteund door de overige stemmen met feestelijke partijen.