Home » Singet dem Herrn ein neues Lied

Singet dem Herrn ein neues Lied

Toelichting bij cantate BWV 190

Deze grootse, feestelijke cantate componeerde Bach voor de dienst op 1 januari 1724 in Leipzig. Van de eerste twee delen zijn echter alleen de orkestbezetting en de viool- en koorpartijen overgeleverd. De overige instrumentpartijen hoort u dus in een gereconstrueerde versie. Het rijk geïnstrumenteerde openingskoor met trompetten, pauken, hobo's en strijkers is gebaseerd op teksten uit psalmen 149 en 150 en uit het begin van het Duitse Te Deum van Luther. Deze laatste tekstfragmenten zingt het koor eenstemmig in lange notenwaarden. Muzikaal gaf Bach dit deel een driedelige vorm waarbij hij opent met het jubelende koor. Na de eerste Te Deum-afsluiting volgt het tweede gedeelte met het na elkaar inzetten van de koorstemmen met ‘Alles was Odem hat'. Ook deze koorfuga wordt afgesloten met een deel van het Te Deum. Waarna een verkorte versie van het eerste deel terugkeert, nu met de Alleluia-tekst. In deel twee vervolgt Bach met de beginregels van het Duitse Te Deum door het koor. Nu in meerstemmige zetting en onderbroken door recitatieven door solisten. In het volgende alt-aria begeleidt het strijkorkest met een opgewekte driekwarts dansmaat. Het basrecitatief eindigt met een arioso. Deze doorgaande ritmische beweging begeleidt de tekst ‘führe mich auf ebner Bahn'. Hiermee verbindt Bach duidelijk de tekst aan de muziek. De hierop volgende aria is een duet voor tenor en bas, begeleid door soloviool en basso continuo. De beide zangpartijen imiteren elkaar op knappe wijze en de viool versiert deze lijnen met vrolijke melodische guirlandes. Dit karakter wordt mede versterkt door de lichtvoetige zes-achtste maatsoort. Het tenorrecitatief wordt begeleid door het gehele strijkorkest. Hierdoor wordt de tekst extra benadrukt en als het ware ingekleurd. De wens en de zegen die hierbij uitgesproken worden, worden zo nog extra over ons uitgestrooid. Hierna sluit de cantate af met de tweede strofe uit het Nieuwjaars lied ‘Jesu, nun sei gepreiset' van Johann Herman uit 1593. Het muzikale siervuurwerk laat Bach met de trompetten en pauken schitteren bij het einde van elke zin.