Home » Himmelskönig, sei willkommen

Himmelskönig, sei willkommen

Toelichting bij cantate BWV 182

Deze cantate schreef de 29-jarige Bach als eerste compositie nadat hij was aangesteld als concertmeester aan het hof van Weimar, maart 1714. De cantatetekst is van de hand van Salomon Franck, vanaf 1694 cantatedichter aan datzelfde hof. De cantatetekst sluit aan bij het evangelie voor palmzondag; de intocht van Jezus in Jeruzalem.
In de instrumentatie zijn Italiaanse trekjes te vinden, zoals het gebruik van verschillende solo-instrumenten (naast het vroeg-barokke gebruiken van verschillende orkestgroepen), en ook de da-capovorm van aria's en het instrumentale openingsconcerto à la Vivaldi. De solo-blokfluit bevindt zich in het gezelschap van één vioolgroep (dit keer dus geen tweede violen) en een gesplitste alt-vioolgroep, dit alles ondersteund door de continuogroep.
De openingssonata verbeeldt het naderen van de koning; het langzame, statige tempo en de gepuncteerde ritmes van fluit en viool, zijn kenmerkend voor de Franse ouverturevorm.
In het openingskoor (deel2) zetten de stemmen fugatisch in, bij de tweede inzet bijgestaan door de instrumentale groepen. Aan het eind van het A-gedeelte van deze da-capovorm, (A-B-A), zingen de 4 partijen tegelijkertijd (homofoon) terwijl de blokfluit een stralende solopartij daarboven heeft.
In het basrecitatief vertolkt de bas de stem van Jezus. Bij de schriftwoorden 'deinen Willen, mein Gott, tu ich gerne', gaat de continuobegeleiding over in een arioso met doorlopende baslijn en repeterend ritme.
Opvallend bij de drie volgende aria's is de orkestbezetting; van strijkorkest, via blokfluit en continuo naar enkel een continuobegeleiding in de tenoraria (nr.6). Tegenover deze uitdunning staat een toename van de expressie, als het ware verbeeldend eerst de intocht in Jeruzalem en daarna het persoonlijke ontvangen van Christus door de gelovige.
Het koraal 'Jesu, deine Passion', wordt gekenmerkt door drie stemmen die na elkaar een motief voorbereiden dat elke keer in lange notenwaarden wordt afgerond door de sopranen.
In het slotkoor horen we treffende illustraties van de tekst, zoals; een stijgende toonladderfiguur op 'so lasset uns gehen', virtuoze coloraturen op 'Freuden', en een plotselinge mineurwending bij 'Leiden'. Bij 'Er gehet voran und öffnet die Bahn' begint de basgroep steeds een maat eerder dan de andere partijen en wordt 'Bahn' door de vier stemmen na elkaar lang aangehouden, zodat er werkelijk een effect ontstaat van opengaan.

Bestel uw kaarten

Toegangskaarten voor het lopende seizoen kunt u hier bestellen.