Home » Ihr, die ihr euch von Christo nennet

Ihr, die ihr euch von Christo nennet

Toelichting bij cantate BWV 164

Deze cantate klonk voor het eerst op 26 augustus 1725, de dertiende zondag na Trinitatis. Als evangelietekst klonk Lucas 10, verzen 23 tot 37 ( de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan).
De tekst van de cantate ontleende Bach aan Salomon Franck's bundel 'Evangelisches Andachts-Opffer' uit 1715. Franck was dichter aan het hof van Weimar, en Bach gebruikte aldaar veel teksten van hem voor cantates.
Het aandeel van het koor is klein, slechts het slotkoraal, mogelijk zongen bij Bach de solisten dit koraal, zodat een koor overbodig was.
Het orkest heeft naast de gebruikelijke strijkers en continuo-groep (orgel, cello en contrabas), twee dwarsfluiten en 1 hobo. Deze blazers vervullen een solorol in aria 3, en versterken in sommige andere delen de strijkerspartijen.
Het openingsdeel is een aria voor tenor en strijkorkest. Het thema in de eerste violen wordt een maat later herhaald door de tweede violen (canon), en vormt ook het beginmotief van de tenorpartij.
In de twee tekstfragmenten benadrukt Bach de woorden 'Wo' en 'Ach' op een beeldende manier door bij de eerste bij de herhaling ervan het woord op een hogere toon te laten zingen, om zodoende de retorische vraag nog indringender aan te laten komen. De teleurstelling wordt in het tweede tekstfragment (sie ist von euch allzuweit), verduidelijkt door tussenvoeging van 'Ach', met een molteken voor de noot (een verlagingsteken).
Het recitatief voor bassolo en continuo refereert aan de bergrede. Waar de tekst het heeft over barmhartigheid verandert de muzikale beweging: de losse begeleidingsakkoorden maken plaats voor een doorgaande baslijn. Dit heeft een milde uitwerking als gevolg. Het contrast met het tekstverloop 'Jedoch..', dat weer met losse akkoorden wordt begeleid, wordt hierdoor vergroot.
Hierna volgt een fraaie aria voor alt, twee dwarsfluiten en continuo. Een belangrijk muzikaal gegeven is de 'Seufzer'-figuur: dat is een groepje van twee noten waarvan de tweede een toon lager ligt dan de eerste. Het resultaat is een soort zucht (de inzet van de fluit). Dit middel gebruikt Bach bij de woorden 'Liebe' en 'Erbarmen'.
Na het tenorrecitatief, begeleid door het strijkorkest, volgt de derde aria: een sopraan- en basduet, begeleid door violen en blazers samen, en vanzelfsprekend het continuo.
De thematiek van deze 4 partijen is gelijk, waardoor er een homogeen kwartet ontstaat. Bach maakt ook gebruik van de zgn. omkering: de melodie van de violen en blazers (dalende sprong, stijgende lijn) is in de begeleiding precies omgekeerd (stijgende sprong, dalende lijn).
De cantate wordt afgesloten met een vierstemmig koraal met als tekst de laatste strofe van Elisabeth Creutzigers lied uit 1524: 'Herr Christ, der einig Gotts Sohn'.

Bestel uw kaarten

Toegangskaarten voor het lopende seizoen kunt u hier bestellen. Tot 1 oktober kunt u gebruik maken van de vroegboekkorting van EU 3 per kaartje, vul hiervoor de kortingscode BACH2019 tijdens het bestellen van uw kaarten.