Home » Komm, du süsse Todesstunde

Komm, du süsse Todesstunde

Toelichting bij cantate BWV 161 - voor de 16e zondag na Trinitatis

Deze cantate ontstond te Weimar en werd op 27 september 1716 voor het eerst uitgevoerd.
Opvallend in de orkestbezetting is de aanwezigheid, naast de strijkinstrumenten, van twee blokfluiten, die zorgen voor een fraaie, milde orkestklank. Later zal Bach deze cantate ook in Leipzig uitvoeren, hij vervangt dan de blokfluiten door twee dwarsfluiten. De koraalmelodie ´herzlich tut mich verlangen´ speelt een belangrijke, bindende rol in deze cantate. In deel 1 en in het slotkoraal is deze melodie te horen.
De openingsaria begint als een trio, de blokfluiten met de basso continuo-lijn door cello en orgel. Later voegen zich hierbij de altsolist en de koraalmelodie door het orgel (deze laatste wordt in Leipzig vervangen door een sopraanstem).
Hierna volgt een recitatief voor tenor en continuo waarin de woorden 'Freudenlicht' en 'Todesstunde' passend worden verklankt: het eerste door de hoge ligging en snelle ritmiek, het tweede door de lage ligging. De stijgende toonladderfiguur op 'mit solcher geht mir auf die Sonne' beeldt in muzikale zin de blik opwaarts uit om de zon te aanschouwen.
In de tenoraria wordt de solist begeleid door het complete strijkorkest. Bach maakt bij 'mein Verlangen' gebruik van de kleine secunde in stijgende en dalende richting, deze kleinste toonafstand geeft het smachtende karakter weer. Het middengedeelte van deze da capo-aria (A-B-A) wordt hoofdzakelijk begeleid door de continuo-groep. Het 'prangen' wordt door een lange coloratuur uitgebeeld.
In het volgende altrecitatief is de begeleiding in handen van het complete orkest, eerst met losse akkoorden, dan vanaf 'Schlaf' met lage, liggende akkoorden in het strijkorkest, en dalende loopjes in de fluiten. Bij 'auferwecken' daarentegen snelle stijgende toonladderfiguren in het strijkorkest. De repeterende hoge fluittonen bij de 'Todestag' zijn een illustratie van de doodsklokjes.
Met een opgewekte 3/8-maatsoort gaat de cantate verder: virtuoze fluitpartijen en een C-majeur geven de omslag in de tekst weer, gezongen door het koor. Geen ingewikkelde fuga, maar de stemmen netjes boven elkaar (homofoon) of groepsgewijs sopraan en alt of tenor en bas.
De donkere klankkleur uit eerdere delen is helemaal verdwenen in het slotkoraal als Bach de 2 blokfluiten eenstemmig de bovenstem laat spelen. Een stralende partij in doorgaande snelle noten geeft passend uitdrukking aan de opgewekte koraaltekst.

Bestel uw kaarten

Toegangskaarten voor het lopende seizoen kunt u hier bestellen.