Home » Warum betrübst du dich, mein Herz

Warum betrübst du dich, mein Herz

Toelichting bij cantate BWV 138

In deze cantate vormen drie strofen van een oud kerklied van Hans Sachs (Neurenberg 1561) het uitgangspunt. Bach bewerkt deze strofen in koraalzettingen voor koor in de cantatedelen 1, 2 en 6. De evangelielezing was ook bij de eerste uitvoering op 5 september 1723 Mattheus 6: 24-34, de oproep uit de Bergrede om niet kleingelovig te zijn, ‘maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid'.
De cantate begint in een ongewoon vrije vorm: recitatieven en koraalfragmenten wisselen elkaar af. De opening door de tenor kenmerkt zich door ‘angst', terwijl ‘de hoop' spreekt in de koraalzinnen.

Door de recitatiefgedeelten over de verschillende solostemmen te verdelen ontstaat er een zekere dramatische uitwerking, alsof verscheidene individuen hun persoonlijke gevoelens uiten. In deel 1 begeleidt het orkest tenor- en altsolist en koor, waarbij met name in de recitatiefdelen de gekozen harmonieën de kommer en kwel uit de tekst duidelijk onderstrepen.
In deel 2 begint het basrecitatief zonder orkestbegeleiding, maar slechts met losse basso-continuo-akkoorden. Lage zangstem, lage instrumenten klinken hier om de betekenis en de sfeer uit te beelden.
Het koraalgedeelte wordt daarna weer meegekleurd door violen en hobo's. Hierna volgen sopraan- en altrecitatieven, afgesloten door koorfragmenten.
Deel 3 is een tenorrecitatief met continuo-begeleiding; in de tekst vindt nu de omslag plaats: het vertrouwen in het rijk van God wordt hier toegezegd. De sfeer verandert ook in muzikale zin: de hoofdtoonsoort wordt nu majeur (opgewekt), en op het woord ‘Freuden' wordt een stijgende, snelle toonladderfiguur geplaatst. Aansluitend volgt de bas-aria in een gemoedelijke 3-delige maatsoort, begeleid door het strijkorkest, waarbij de snelle ritmische figuren het ingezette positieve karakter verder uitbreiden.
De lang aangehouden toon bij 'mein Glaube lässt ihn walten' beeldt het sterke vertrouwen in God uit: tussen alle beweging door is dat als het ware een rotsvast ijkpunt.
Een kort altrecitatief geeft definitief het einde van de aardse zorgen aan, en leidt het slotkoraal in, dat in een beweeglijke 6/8-maatsoort, met zeer figuratieve vioolpartijen de hemelse vreugde weergeeft.