Home » Du Friedefürst, Herr Jesu Christ

Du Friedefürst, Herr Jesu Christ

Toelichting bij cantate BWV 116 - voor de 25e zondag na Trinitatis

Jakob Ebert componeerde in 1601 het lied 'Du Friedefürst, Herr Jesu Christ'. Bach gebruikte deze melodie als uitgangspunt voor de gelijknamige cantate in 1724. De koraalmelodie horen we in het openingskoor en in het slotkoraal gezongen door de sopranen van het koor, versterkt door de hoorn.
Het openingskoor begint met een instrumentale inleiding: hobo's en strijkorkest spelen een beweeglijke partij, waarbij de eerste violen een virtuoze solorol vervullen. De sopranen zingen de koraalmelodie in langen notenwaarden, de overige koorstemmen ondersteunen hierbij; aan het begin en einde met dezelfde notenwaarden, in het midden met snelle begeleidingen, die we eerder hoorden in de instrumentale inleiding. Elke koraalzin wordt gevolgd door een instrumentaal tussenspel.
Hierna volgt de aria voor alt en hobosolo. Beide gebruiken hetzelfde melodisch materiaal, waardoor er sprake is van een duet. Soms maakt de één de melodie af, waarmee de ander was begonnen. Fraaie tekstuitbeeldingen vinden we bij 'erzürnten' (vertoornen) met snelle coloraturen, lange noten op 'Not' en 'verlangt' om de betekenis te versterken, en een triller op 'Angst' om letterlijk het beven van angst uit te drukken.
Deze aria wordt gevolgd door een kort tenorrecitatief, waarin Bach in de cellopartij tweemaal een verwijzing laat horen naar de koraalmelodie.
Deel 4 is een terzet voor sopraan, tenor en bas en basso continuo. Na de introductie van het thema door de cello, nemen de zangers dit na elkaar over.
Recitatief 5 is voor altsolo en strijkorkest: wrange, dissonante akkoorden beelden de aanvangstekst uit, maar dit verandert met de tekst naar een vredig majeur aan het slot.
De cantate sluit af met een vierstemmig koraal voor koor en orkest.

Bestel uw kaarten

Toegangskaarten voor het lopende seizoen kunt u hier bestellen.