Home » Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit

Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit

Toelichting bij cantate BWV 106

De ‘Actus Tragicus' is waarschijnlijk in 1707 gecomponeerd te Mühlhausen. Bach was toen 22 jaar oud. De aanleiding voor deze cantate is niet met zekerheid vast te stellen. Wel schijnt er een verband te bestaan met het overlijden van ene Tobias Lämmerhirt, die hiervoor geld aan Bach nagelaten zou hebben. De teksten zijn voor het overgrote deel afkomstig uit de Bijbel, en enkele kerkliederen. De instrumentale begeleiding is aangepast aan deze sombere rouwmuziek: 2 blokfluiten, 2 gamba's en basso continuo.
De kern van deze symmetrisch opgebouwde cantate wordt gevormd door het koordeel ‘Es ist der alte Bund, Mensch du musst sterben'. Hierin worden twee vormen van ‘sterven' met elkaar geconfronteerd: het sterven volgens de natuurwet (verdriet), en volgens het evangelie (verlossing). Bach verklankt dit door respectievelijk een lage ligging van de koorstemmen met gebruikmaking van halve toonafstanden, tegenover het ‘ja,ja'-gedeelte: in hoge ligging met een beweeglijke ritmiek. 
In de openingssonatina vormen de 2 gamba's met het continuo de ondergrond voor de blokfluiten, die hoofdzakelijk eenstemmig (unisono) spelen. Het volgende deel ‘Gottes Zeit' is een driedelig motet, waarvan het tweede deel (‘in ihm leben') in een snel tempo gaat, en het derde deel (‘in ihm sterben') zeer langzaam.
Aansluitend klinkt de tenorsolo ‘ach Herr, lehre uns bedenken', gevolgd door een levendige bassolo ‘bestelle dein Haus', waarin de fluiten met hun sierlijke coloraturen de ‘Lebendigkeit' illustreren. Dan komt het eerder genoemde kerndeel. De altsolo ‘in deine Hände' wordt slechts door het continuo begeleid. Aansluitend zingt de bas ‘heute wirst du mit mir im Paradies sein', eveneens zonder fluiten en gamba's. De basstem vertolkt hier de stem van Christus, vaak gevolgd door het continuo. Deze techniek heeft Bach gebaseerd op ‘du mit mir'. Kooralten en gamba's voegen tenslotte hieraan het koraal toe ‘mit Fried und Freud ich fahr dahin'. Twee fraaie momenten creëert Bach op de koraalwoorden ‘stille' en ‘Schlaf' door het continuo en de gamba's daar te laten zwijgen. Het slotkoor bestaat uit twee delen: een majestueus "Glorie, Lob, Ehr', en een fugatisch opgezet ‘durch Jesum Christum, Amen'. Deze jubelzang eindigt niet zoals te verwachten is met een krachtig slotakkoord, maar verdwijnt verrassend zacht in hogere sferen.
Bach's kunst zal in de jaren na deze cantate weliswaar rijper worden, maar nauwelijks dieper. Of zoals Bachkenner Alfred Dürr het stelt: de Actus Tragicus is een stuk wereldliteratuur.