Home » O Ewigkeit, du Donnerwort

O Ewigkeit, du Donnerwort

Toelichting bij cantate BWV 20

Na een zeer druk eerste jaar als cantor werkzaam te zijn geweest in Leipzig, stelt Bach zich aan het begin van het daaropvolgend seizoen (1724) tot doel om een oude traditie van Leipzig voort te zetten, namelijk het componeren van cantates waaraan een kerklied ten grondslag ligt.

Recitatief nr 2 van de cantate is hiervan een duidelijk voorbeeld. 
We vergelijken de cantatetekst, waarvan de bewerker onbekend is, met de 2e strofe van het lied van Johann Rist uit 1642:

Rist strofe 2 BWV 20 deel 2

Kein Unglück ist in aller Welt Kein Unglück ist in aller Welt zu finden
Das endlich mit der Zeit nicht füllt Das ewig dauernd sei:
Und ganz wird aufgehoben. Er muss durch endlich mit der Zeit einmal verschwinden

Die Ewigkeit nur hat kein Ziel; Ach! Aber ach! Die Pein der Ewigkeit hat nur kein Ziel;
Sie treibet fort und fort ihr Spiel, Sie treibet fort und fort ihr Marterspiel, Lässt nimmer ab zu toben;
Ja - wie mein Heiland selber spricht - Ja ,wie selbst Jesus spricht,
Aus ihr ist kein Erlösung nicht. Aus ihr ist kein Erlösung nicht.

Het groots opgezette openingsdeel, met de kerkliedmelodie in de sopraanpartij (versterkt door een trompet), is in de Franse Ouverture-vorm gecomponeerd: een statig begin met ritmische accenten, gevolgd door een sneller gedeelte, waarin de stemmen elkaar achterna zitten (fugatisch). Het geheel wordt afgesloten met een herhaling van het langzame begin. We horen voorbeelden van Bach's tekstuitbeeldingkunst, o.a. de lang aangehouden toon op ‘Ewigkeit', op ‘Donnerwort' de plotselinge omslag in korte notenwaarden, de chromatische notenreeks (alleen met halve toonafstanden) op ‘Traurigkeit', en een lang aangehouden toon op ‘klebt'.
Contrasterend met de eenvoudig begeleide recitatieven, zijn de aria's in deze cantate.
De retorische middelen zoals eerder genoemd voor het openingskoor, vinden we ook in aria 3
(‘Ewigkeit' en ‘bange'), en in aria 5 bij ‘Gott ist gerecht': krachtige, grote melodiesprongen.
In aria 6 wordt de mededeling ‘Mensch, errettet deine Seele' verduidelijkt door het ritme in de ¾-maat als het ware uit te rekken naar de eens zo lange 3/2- maatsoort.
Bij ‘wacht auf' (aria 8) ondersteunen de trompet en de snelle toonladderfiguren deze tekst.
Tenslotte spreekt de kerkgemeente in de koralen van deze tweedelige cantate, en vraagt
hierbij om opgenomen te worden in Jezus' ‘Freudenzelt'.

Bestel uw kaarten

Toegangskaarten voor het lopende seizoen kunt u hier bestellen.